Creatief met taal

Lesgeven is vaak een feest (en soms ook niet). Neem nou de lessen over kindertaal. Iedere leerling kent wel een peuter of kleuter uit zijn of haar omgeving die bezig is de taal onder de knie te krijgen. Vraag je naar grappige zegswijzen, dan weten de leerlingen wel een uitspraak van broertje of nichtje te melden. ‘Mijn broertje zei ‘breivlees’ toen mijn moeder een rollade had gebraden.’ Mijn nichtje noemde een meester een ‘jufman’ en toen mijn kleine broertje een tand door zijn lip viel, noemde hij dat een ‘lekke lip’. Leuk om te zien dat leerlingen ontdekken dat taalvermogen is aangeboren. Het vormen van grammaticaal goede zinnen zit in ons brein. Bij de schepping heeft God dat vermogen gegeven. Daarin onderscheidt de mens zich van de dieren. Wij kunnen onszelf uiten door middel van de taal. Daarnaast is het natuurlijk wel belangrijk dat er tegen kinderen gepraat wordt. Kleine kinderen nemen de taal van anderen over en leren spreken door nadoen. Als de ouders veel praten met peuters komt dat hun taalontwikkeling ten goede. Taalvermogen is aangeboren, maar taal in de omgeving, bijvoorbeeld van broertjes en zusjes, is nodig om het taalvermogen te stimuleren. Babbelen dus met die peuters en kleuters! Daarom is voorlezen zo belangrijk. De woordenschat ontwikkelt zich en kinderen leren een goede zinsbouw en natuurlijk heeft het een positieve invloed op hun algemene ontwikkeling. Taalspelletjes kunnen het taalvermogen van kinderen eveneens stimuleren. Ook onze leerlingen vinden dat soort uitdaginkjes leuk. Onlangs maakten ze kennis met palindromen (woorden die van achter naar voren gelezen, precies hetzelfde zijn), anagrammen(woorden die gevormd zijn uit de letters van een ander woord) en isogrammen (woorden die bestaan uit allemaal verschillende letters). Ze kregen er niet genoeg van! Zo kijk je eens anders tegen taal aan. Lepel, racecar, madam en droommoord zijn palindromen. En zelfs een hele zin kan een palindroom zijn: ‘De mooie zeeman nam Anna mee’, zei oom Ed. Isogrammen wisten ze ook wel te bedenken. Maar de langste van vijftien verschillende letters verbaasde hen toch: dampkringslucht of sandwichformule. Wie weet zijn er nog wel langere. In de klas werd er tot en met gespeculeerd. Nu het anagram. De meeste leerlingen hadden wel even tijd nodig, maar uiteindelijk lukte het elke klas. En u? Hieronder staan drie anagrammen van drie bekende Nederlandse woorden uit één speciale categorie: rotboek, beenvorm, bedcrème. Weet u het antwoord? Taal? Goed voor u!

A.J. Vogel- de Pagter