Home   Marnix   Schoolgids   Onderwijs   Onderwijs   Aanbod Marnix

Brede onderbouw

Locatie Marnix heeft een brede onderbouw: leerlingen van alle schooltypen kunnen instromen. Na het doorlopen van de eerste twee leerjaren kunnen vmbo-leerlingen bij ons onderwijs blijven volgen voor het behalen van een diploma in de gemengde en de theoretische leerweg. Voor een vmbo-diploma binnen de beroepsgerichte leerwegen moeten de leerlingen hun schoolloopbaan voortzetten op locatie De Swaef. Voor een havo-, atheneum- en gymnasiumdiploma vervolgen de leerlingen na het derde leerjaar hun schoolloopbaan op locatie Guido de Brès.


De schakelklas

Op locatie Marnix is het mogelijk leerlingen te plaatsen die in aanmerking komen voor een schakelklas, bedoeld voor leerlingen die meer gediend zijn met een kleinere klassengrootte, extra hulp behoeven bij de start en/of ten gevolge van een LWOO-verklaring, recht hebben op leerwegondersteuning. Het gaat om leerlingen die op regulier vmbo-niveau de (meeste) lessen zouden kunnen volgen, maar wel enkele leer- of leesmoeilijkheden hebben of gedrags- of concentratieproblemen. De leerstof wordt op regulier niveau aangeboden, maar er kan in het begin tempoverschil zijn om een geleidelijke gewenning aan de gang van zaken mogelijk te maken. In klas 2 wordt het reguliere programma gevolgd. Er wordt ook t.b.v. die klas naar een beperkte groepsgrootte gestreefd. Dan komt een meer individuele benadering van de leerling het meest tot zijn recht.


Praktijkonderwijs (PrO)

Het praktijkonderwijs is voor leerlingen die niet in staat zijn het onderwijs te volgen op een school voor vmbo. De meeste jongeren die het praktijkonderwijs hebben afgerond zoeken een baan. Sommigen kunnen doorstromen naar een vervolgopleiding in het mbo, of een opleiding volgen die een brancheorganisatie aanbiedt.

De tweejarige onderbouw is gericht op de verdere ontwikkeling van de basisvaardigheden zoals rekenen en wiskunde, Nederlands en informatiekunde. De ontwikkeling van die basisvaardigheden staat zoveel mogelijk in dienst van de praktijk van het dagelijks leven van nu en later. Theoretische kennis wordt direct toegepast tijdens de praktijkvakken, eventuele praktijkopleidingen en de stage.

In het tweede jaar gaan de leerlingen al op snuffelstage. Twee periodes zijn de leerlingen dan gedurende één dag per week op stage en tweemaal een hele week.

In de bovenbouw krijgt het praktische deel van de opleiding steeds meer gewicht, onder andere door uitbreiding van de stage. De bovenbouw duurt minimaal twee jaar, maar meestal drie of soms vier jaar.

Het gehele onderwijs wordt afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen. We bereiden jongeren voor op het zo zelfstandig mogelijk functioneren als volwassene. Het accent van het onderwijs verschuift dan ook steeds meer naar de praktische vaardigheden. De functies waarvoor de leerlingen worden voorbereid, liggen doorgaans op het niveau onder het assistentenniveau (niveau 1).

Voor leerlingen in de bovenbouw, die daarvoor de capaciteiten bezitten, is er de mogelijkheid tot het behalen van een diploma van de mbo entreeopleiding.

Toelating

Leerlingen kunnen worden geplaatst in het praktijkonderwijs op grond van:

  • Een leerachterstand van minimaal drie jaar;
  • Een intelligentiequotiënt (IQ) van minimaal 55 en maximaal 80;
  • Problemen in het functioneren in relatie met anderen;
  • Gebrek aan sociale weerbaarheid.

De Commissie Toelating en Ondersteuning (CTO) bekijkt aangemelde leerlingen op bovengenoemde aspecten. De commissie draagt zorg voor alle relevante documenten en beslist of een aangemelde leerling toelaatbaar is tot het praktijkonderwijs.

De inhoud van het Praktijkonderwijs is onderwijs op maat. We houden terdege rekening met de individuele mogelijkheden van de leerlingen. In overleg met hen en met hun ouder(s)/verzorger(s) bespreken we de toekomstmogelijkheden en geven daar inhoud aan. Dat wordt vastgelegd in het Individuele Ontwikkel Plan (IOP). Aan de hand van zogenaamde coachingsgesprekken (met de mentor) worden deze plannen geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Leerlingen van het praktijkonderwijs worden voorbereid op werk (evt. in combinatie met een vervolgopleiding), werk met begeleiding of dagbesteding. 

De zorg voor leerlingen

Twee keer per jaar worden alle leerlingen besproken tijdens de leerlingbesprekingen. Met elke leerling wordt enkele keren per jaar een coachingsgesprek gevoerd door de mentor. Het bieden van zorg voor de leerlingen is een van de kerntaken van het praktijkonderwijs. Voor die taak staat de school niet alleen! Ouder(s)/verzorger(s) zijn daarbij onmisbaar! Maar ook de hulp van externe deskundigen is daarbij gewenst. Tenslotte hebben we ook hulpmiddelen ter ondersteuning van het onderwijsleerproces nodig. In deze paragraaf lichten we een aantal facetten van die leerlingenzorg toe. De zorg voor de leerlingen wordt gecoördineerd vanuit het zorgadviesteam (ZAT). Dit team bestaat uit de maatschappelijk werker, de orthopedagoog/psycholoog en de adjunct-directeur en waar nodig andere hulpverleners zoals de schoolarts, leerplichtambtenaar, een vertegenwoordiger van Jeugdzorg.

Contacten met ouders

Een goed contact tussen school en thuis is belangrijk als het gaat om leerlingenzorg. Via portfolio, ouderbezoeken en contactavonden (tweemaal per jaar) houden we de ouder(s)/verzorger(s) op de hoogte van het werk van de leerlingen. Bij een aantal activiteiten hebben we de hulp van ouder(s)/verzorger(s) hard nodig! Af en toe doen we daarom een beroep op u voor uiteenlopende activiteiten.

Excursies/schoolkamp

Elk cursusjaar organiseren we enkele excursies. Deze hebben een duidelijke relatie met het lesprogramma en zijn in principe verplicht voor alle leerlingen. Doorgaans gaan we in de maand mei of juni met de leerlingen van klas 3 en 4 op werkweek. In het overzicht op onze website kunt u de vastgestelde bedragen voor de excursies en werkweken vinden. Voor deze schoolkosten is instemming verkregen van de oudergeleding in de medezeggenschapsraad.

Lesuitval

Als lessen uitvallen is dat meestal vanwege ziekte van docenten. We proberen dit op te vangen door de volgende maatregelen te treffen:

  • op de eerste ziektedag gaan we na of een andere docent, die op dat moment geen lesgevende taak heeft, de zieke collega kan vervangen;
  • soms worden leerlingen over lesuitval geïnformeerd via een sms;
  • we proberen een vervanger te vinden als de ziekte langer aanhoudt.

 

Het lukt niet altijd om vervanging te organiseren. Docenten met lesvrije taken hebben vaak ander werk of andere verplichtingen. Als uw kind niet thuis kan blijven, proberen we hem of haar toch ergens in de school een plaats te geven.


Belangrijke adressen voor het praktijkonderwijs:

Zorgadviesteam

Postbus 329
3300 AH Dordrecht
telefoon (078) 639 28 00
contactpersoon: dhr. M. Goedegebuur

Commissie Toelating en Ondersteuning (CTO)

Postbus 2062
2990 DB Barendrecht
telefoon (0180) 72 66 50
contactpersoon: mevr. P. Soffree

Loket RefSVO (Reformatorisch Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs)

Postbus 433
2980 AK Ridderkerk
telefoon (06) 19 95 44 42
contactpersoon: mevr. H. van den Bos